Wednesday, March 14, 2012

Verhuizing

Ik heb het gedaan! Ik heb deze, mij nog steeds dierbare, blog verhuisd naar het 'professionelere' (whatever that may mean) Wordpress.com.

Het nieuwe adres is nu: http://hondaluza.wordpress.com/

Al mijn oude blogs én (een deel van) jullie prachtige reacties zijn gelukkig wel meeverhuisd. Het is dus eigenlijk alleen maar een vormverandering. Met meer voordelen dan nadelen. Hoop ik...
En ik hoop ook jullie allemaal daar weer te mogen ontvangen.

*handkus cyberspace inblaast*


THIS BLOG HAS MOVED -+- 此博客已移动 -+- ESTE BLOG SE HA MOVIDO -+- このブログは移転しました -+- ESTE BLOG SE MUDOU -+- Этот блог Перенесено -+- CE BLOG A DÉMÉNAGÉ -+- इस ब्लॉग को ले जाया गया है -+- AQUEST BLOG S'HA MOGUT -+- اس بلاگ منتقل کر دیا گیا ہے -+- BLOG HII INA WAKIONGOZWA -+- בלוג זה הועבר -+- TÄMÄ BLOGI ON MUUTTANUT -+- Αυτό το blog έχει μετακινηθεί -+- DIESES BLOG WURDE VERSCHOBEN

Thursday, March 8, 2012

Alentejo revisited

Eindelijk kon ik weer eens in alle rust reizen.
Ik wilde de Alentejo helemaal in me opnemen, mijn gedachten de vrije loop laten. Mijn ogen de kost geven. Mijn camera laten werken. Zonder haast.

Alentejo is voor mij uitgestrekte velden met oude steeneiken met grillig breed gebladerte.


Het is ook smalle wegen met eucalyptusbomen aan weerzijden. De enige boom waarvan ik in vervoering kan raken. De keizer onder de bomen.


Alentejo is ooievaars. Majesteus zittend op hun grote nesten bovenop de electriciteitspalen. De paar- en broedtijd is nu volop in gang, ik moet er honderdén hebben gezien.


Alentejo is ook witte dorpjes met blauwgerande huizen. Stoffige oude mannetjes op bankjes, of wandelend langs de autoweg, om even wat te bewegen. Maar daar ben ik nu al zo aan gewend, dat ik er nauwelijks meer voor stop om foto's te maken..


Alentejo is kleine tuintjes aan de rand van elk dorp..

Alentejo is het Portugese Andalusië.
Ik woon hier zo slecht nog niet.

Aan de oever van de rivier

Vem sentar-te comigo, Lúcio, à beira do rio.
Sossegademente fitemos o seu curso e aprendemos
Que a vida pasa y não estamos de mãos enlaçadas.
(Enlacemos as mãos.)

Depois pensemos, crianças adultas, que a vida
Passa e n
ão fica, nada deixa e nunca regressa,
Vai para um mar muito longe, para ao pé do Fado,
Mais longe que os deuses

************
Kom naast mij zitten, Lucio, aan de oever van de rivier.
Laten wij rustig kijken naar haar loop en leren
Dat het leven langsgaat, en wij houden elkaars hand niet vast.
(Leggen wij de handen in elkaar)

Bedenken wij vervolgens, volwassen kind'ren, dat het leven
Langsgaat en niet blijft, niets nalaat en nooit weerkeert,
Gaat naar een zee ver weg, dicht bij het Fatum,
Verder dan de goden

Ricardo Reis/Fernando Pessoa, Odes, Oden
12.06.1914
vertaling August Willemsen
(alleen de naam in het gedicht is aangepast. Klik hier (portugees) of hier (nederlands) voor de volledige versie)



Hij zou 64 jaar zijn geworden vandaag, 6 maart 2012.
Ik rijd vroeg in de ochtend van huis, op weg naar zijn geboorteplaats, Beja, in Portugal. Het is een prachtige ochtend en ik neem de omgeving in mij op, terwijl mijn gedachten afdwalen naar de eerste keer dat ik in Beja kwam. Ik was 19 jaar en erg verliefd op die jongen wiens taal ik niet sprak. We liepen met een groepje van zijn vrienden door de stad en plots was er tumult. Er was een jongetje naar Lucio toegelopen en ik begreep absoluut niet waar ze het over hadden. Er werd even druk gediscusieerd en toen werd er hard gelachen.
In gebroken engels werd mij uitgelegd, dat het jongetje de boodschapper was van iemand anders, die Lucio had gespot en met hem op de vuist wilde. Er werd erg lakoniek over gedaan. Zoiets gebeurt regelmatig, werd uitgelegd. Opgeschoten jongens wilden hun 'krachten meten' en daagden dan de 'sterkeren' uit voor een straatgevecht. En Lúcio, als ex soldaat, was een goeie premie mocht je het daar van kunnen winnen...

Cultuurshock, dat is de beste omschrijving van mijn eerste reis naar Portugal.
Intussen ben ik bijna 40 jaar later goed ingeburgerd in de Mediterrane wereld (mijn huidige spaanse man moest erg lachen toen ik hem bovenstaand voorval vertelde. 'Zo ging dat vroeger inderdaad', zei hij.)

Ik kom te vroeg aan bij Quintos, een aan de rivier gelegen gehucht bij Beja in de buurt. Onwennig bestel ik een drankje, mijn portugees is erg roestig. Ik besluit een landweggetje in te rijden, op zoek naar de rivier. Onrustig loop ik heen en weer, langs de oever.
Eindelijk komen de vrienden aangereden. We zijn met z'n zevenen. De Portugese vrienden Zé, Ramiro, Florival en César en de Nederlandse vriendinnen Michelle en Cécile. Ramiro legt uit dat hij ons een paar mooie plekken wil laten zien, waar we geen overlast zullen hebben van/geven aan andere mensen. Ik stap in een van de 2 terreinwagens en we volgen de oever van de rivier. We stoppen een paar keer, maar besluiten steeds verder door te rijden totdat we tevreden zijn over de plek.


De zon staat nog iets te hoog, dus we eten wat brood met kaas en openen een overheerlijke rode wijn. We halen wat herinneringen op en doen wat bekentenissen. Iemand hangt de rouwkaart van Lucio in een struik. We laten hem daar hangen, ook wanneer we weer weggaan.
Wij 'meisjes' concluderen dat het bij Lúcio nooit aan mooie vrouwen heeft ontbreekt. Veel vrouwen waren en/of werden gek van hem!
Terwijl de zon langzaam zakt, zien we de bijna volle maan opkomen. De perfecte cyclus.


Zé opent de urn. We besluiten dat iedereen een beetje van de as in de rivier mag verstrooien. Ik wil de as aanraken, dus ik neem een hand en gooi het vrijuit in de rivier.'Hij' vliegt nog wat rond.
De anderen doen dit nu ook. Geef hem de vrijheid, denk ik..


Na een eerste ronde blijkt de urn nog steeds half vol. Dan nog maar een rondje. De as vliegt alle kanten op. Michelle zegt dat ze haar handen niet meer wil wassen.


We maken heel veel foto's. We gooien foto's en brieven in de rivier.


We zijn vrij stil. Soms voel ik de behoefte aan een kleine grap, het mag gelukkig. Ik mag ook de laatste as verstrooien. Zonder dat ik het door heb valt de zon achter de bergen, terwijl de as het water raakt.
Het is goed zo.

Friday, February 17, 2012

Anil Ramdas

Omdat ik het zo'n bijzondere man vond en dit een goed interview uit de NRC is. Copy Paste.
En rust zacht. Je hebt je best gedaan.

„Ik wou dat we nog gevaarlijk waren”

ramdas2_41333_121156-586x880

Anil Ramdas (Foto Katrijn van Giel)

De gisteren overleden journalist en schrijver Anil Ramdas publiceerde vorig jaar zijn eerste roman, Badal getiteld. Elsbeth Etty interviewde hem daar in juli vorig jaar over.
Waarom heeft u Badal naar uw eigen beeld geschapen?
„Omdat het mij ontzettend goed uitkwam om gebruik te maken van mijn eigen ervaringen, mijn eigen ontmoetingen, mijn eigen loopbaan en situaties. Ik volg in de roman de Wikipedia-gegevens van Anil Ramdas, ik gebruik veel van zijn reizen en indrukken, maar ik heb ze verdraaid of uitvergroot.

„De historische gebeurtenissen, de gesprekken daarover worden zo eerlijk mogelijk weergegeven, niet-fictionele personages zoals Paul Scheffer en Frits Bolkestein figureren onder hun eigen namen, maar zodra ik mensen ga vervormen, hun woorden verdraai en hun verhalen aanpas aan hoe het mij uitkomt, krijgen ze andere namen.

„Mijn boek gaat over de politieke veranderingen die zich de afgelopen tien jaar in Nederland hebben voltrokken. De hoofdpersoon, de progressieve intellectueel van Surinaams-Hindoestaande afkomst Harry Badal, beschouwt de teloorgang van zijn idealen als een persoonlijk falen, zoals hij ook zijn alcoholisme, het mislukken van zijn huwelijk en carrière als een persoonlijk falen ziet. Daarom moet hij ten onder gaan. Dat geef ik in het eerste hoofdstuk al weg. Maar ik, Anil, bén er nog, mijn huwelijk heeft nooit op het spel gestaan, ik heb mijn alcoholconsumptie onder controle – dus die elementen in mijn roman zijn niet autobiografisch.”

Badal voelt de verkiezingsoverwinning van Wilders in 2010 als een persoonlijke nederlaag. Is dat wél een autobiografisch gegeven?
„Ja, ik reken het mezelf aan wat er met Nederland is gebeurd, in die zin is Badal een bekentenisroman. Net als hij ben ik teleurgesteld in mezelf dat ik de overwinning van de ‘white trash’ niet heb weten te voorkomen. Het meest beklemmende ervan vind ik de massale domheid. De institutionalisering van de domheid voltrekt zich in Nederland veel soepeler dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Ik maak me minder zorgen over populistische politici dan over de mensen die het zich laten aandoen, de achterlijkheid van grote delen van het electoraat. Het gaat over enorme aantallen, over 24 tot 26 Kamerzetels. Geen enkele beweging is ooit zo groot geweest in dit land.”

Waar bent u bang voor?
„Mijn angsten zijn niet concreet. Er komt een passage in mijn boek voor waarin aan Badal wordt gevraagd of hij bang is voor deportaties van immigranten. Nee natuurlijk niet! Het is niet zo dat hij een nieuwe Shoa aan het voorspellen is, dat zou te makkelijk zijn. Hem gaat het erom dat we met z’n allen een atmosfeer creëren die van de beschaving afdrijft en waar hij geen greep meer op heeft, waar hij geen invloed op kan uitoefenen.”

Zit het Badal niet vooral dwars dat hij er zelf niet meer toe doet?
„Hij is inderdaad uitgerangeerd, zoals zoveel mensen zich vandaag de dag uitgerangeerd voelen. Dat ons dit is overkomen, moeten wij onszelf aanrekenen.”

Waarom heeft u het ineens over ‘wij’?
„Met ‘wij’ bedoel ik de generatie die na de Rushdie-affaire eind jaren tachtig het relativisme heeft losgelaten, op het gevaar af te verzanden in een volstrekt absolutistisch universalisme dat niets meer met beschaving van doen heeft. Op het moment dat de Rushdie-affaire speelde, is er een klasse van intellectuelen ontstaan die zich geen raad meer wist en daardoor erg kwetsbaar werd voor het westerse superioriteitsdenken, zoals geformuleerd door Bolkestein in 1991 en daarna door alle populisten die hem hebben nagevolgd.

„Onze generatie heeft het universalisme laten kapen door rechts en had daardoor geen antwoord meer op extreemrechts. De verkiezingsoverwinning van Wilders vorig jaar zomer en de daaropvolgende kabinetsformatie met de PVV als gedoogpartner had ons allemaal totaal gek moeten maken, maar behalve een stuitend vertoon van onverschilligheid, gebeurde er niets.”

Uw roman doet denken aan ‘Het land van herkomst’ van E. du Perron uit 1935, waarin de hoofdpersoon, een uit de koloniën afkomstige immigrant, zich net zo hard opwindt over de laconieke houding ten opzichte van de NSB van Mussert, als Badal zich stoort aan de onverschilligheid tegenover de PVV van Wilders.
„Ik ben de associaties met Menno ter Braak en Eddy Du Perron, hun Comité van Waakzaamheid tegen het fascisme en hun dood op de dag dat Nederland capituleerde voor de nazi’s, niet uit de weg gegaan. Een overeenkomst met Het land van herkomst is dat ook Badal een ideeënroman is. Ik vertel erin hoe een groep publieke intellectuelen, mensen als ik en Stephan Sanders, twintig jaar geleden mijn collega bij De Groene Amsterdammer en later bij het tv-programma Het blauwe licht, dacht vóór Pim Fortuyn. Ik wilde dat voor mezelf ook ontdekken. Wat is er veranderd, wat is er misgegaan?

„In de jaren negentig heerste er zo’n volstrekt ander politiek klimaat, zo’n totaal andere manier van debatteren dan de dorre woestenij die erop volgde en waar we ons geen raad mee weten. De opkomst van de PVV heeft me het laatste zetje gegeven om over deze paradigmawisseling een roman te schrijven. De PVV maakte me nerveus en die nervositeit, die onzekerheid, het wantrouwen had ik nodig om te schrijven. De urgentie was zo groot dat ik de angst overwon om een slechte roman te schrijven. Als er iets gebeurt dat veel belangrijker is dan jijzelf of je reputatie dan durf je dingen te doen waaraan je normaal gesproken nooit zou zijn begonnen.”

„Omdat ik het gevoel had dat een essay of een pamflet niet memorabel genoeg zou zijn en niet alle kanten van de problematiek zou kunnen belichten. De zwakte van het personage Badal en van de menselijke conditie in het algemeen in één essay tegelijk behandelen was te veel. In een roman kun je switchen van het allergrootste naar het allerkleinste en daarin een evenwicht proberen te vinden. In een essay kan dat niet, in een essay moet je stelling nemen, terwijl ik vooral de atmosfeer wilde schetsen waarin de afgelopen twintig jaar de Dutch tolerance om zeep is gebracht.”

Dutch tolerance?
Dat is een internationaal bekend begrip, waaraan The New York Times zo’n zevenhonderd essays heeft gewijd. Er wordt mee bedoeld dat men elkaar ondanks grote verschillen in zijn waarde laat en ondanks alle verschillen samenwerkt. Dutch tolerance is een onvoorstelbaar belangrijk concept dat Nederland zelf in de wereld heeft geholpen. Ik kan me nog steeds voor mijn kop slaan als ik bedenk hoe lichtzinnig we ons dat uit handen hebben laten slaan.

„Het ergste is dat vrijwel niemand daar het drama van inziet. Paul Scheffer heeft in 2000 met zijn essay ‘Het multiculturele drama’ het verkeerde drama gedefinieerd. Voor hem was het drama dat de onderklasse te lijden kreeg van de immigratie. We moeten erkennen dat die klasse nu aan de macht is en de tolerantie jegens immigranten heeft vernietigd.”

Hoe had dat voorkomen kunnen worden?
„Onze generatie had nog veel gepassioneerder moeten schrijven, nog betere films en tv-programma’s moeten maken toen we nog gevaarlijk waren, toen we er nog toe deden. In plaats daarvan hebben we alle aanvallen op de beschaving gewoon maar geaccepteerd. Wat hebben de tegenstanders van Wilders eigenlijk aan stootkracht getoond?

„Ik zeg niet dat alles wat we hebben gedacht, gedaan en geschreven voor niets is geweest, ik zeg wel dat we het niet goed genoeg gedaan hebben. Badal en zijn generatiegenoten zijn mislukt omdat zij de grote beschavingsidealen die ze in de schoot geworpen kregen, hebben verkwanseld.”

Badal had de pretentie dat hij beschaving vertegenwoordigde en voelde zich een megaster die door iedereen werd bewonderd. Uiteindelijk gaat hij aan zijn hybris ten onder. Was u even megalomaan als uw hoofdpersoon?

„Dat aspect van mijn karakter heb ik enorm uitvergroot. In werkelijkheid was ik niet zo megalomaan. Ik heb altijd geweten dat ik als allochtone intellectueel niet meer dan een niche vertegenwoordigde, die van de kosmopolitische, progressieve intellectuelen die opkwamen voor het voortbestaan van de Nederlandse tolerantie. Dat gevecht hebben we niet pas in de zomer van 2010 verloren, maar veel eerder. We hebben onze eigen parmantigheid moeten erkennen nog voordat we er op werden afgerekend. We zijn nooit doorgebroken, nooit dominant geweest, we waren hooguit nuttige idioten omdat we onze tegenstanders van munitie voorzagen.”

Een irritant trekje aan Badal is zijn ontzag voor boven hem gestelden. Een hoogtepunt in zijn leven is dat hij wordt voorgesteld aan koningin Beatrix. Gold dat ook voor u?

„Lachend: Nou nee. Als bestuurslid van het Prins Claus Fonds heb ik de koningin heel vaak ontmoet. Ik heb haar zien kettingroken, ik heb haar op haar vingers zien fluiten zodat het keihard door het hele paleis klonk en ontdekt dat ze een babbelkousje is. Als we aan het vergaderen waren over grote, belangrijke zaken, kwam ze Claus een kusje geven en er door heen kletsen over totaal onbelangrijke dingen zoals het nieuwe briefpapier van Constantijn waarop de C te groot was uitgevallen.

„Dat ik in dat soort kringen verkeerde had iets heel dubbels, het is de hang naar erkenning terwijl je weet dat je ontzettend aan het verliezen bent. Juist om dergelijke tegenstrijdigheden onder woorden te kunnen brengen, moest ik een roman schrijven. Ik heb daardoor begrip gekregen voor mensen als Badal. Door zich de nederlaag van progressief Nederland zo persoonlijk aan te trekken, probeert hij zijn zeggingskracht terug te krijgen. Hij wil weer iets betekenen, niet zozeer voor de politiek maar voor zichzelf. Hij wil iets betekenen voor zijn vrouw, voor zijn kinderen, hij wil zijn gezin terug, hij wil weer zinvol zijn.

„Dat is zijn worsteling, zijn drama. Ik moest dat wel groter maken dan het is. Als je een personage wil laten struikelen, zoals ik met Badal doe, moet je hem eerst in een missie laten geloven, iets waar hij zich aan vastklampt, anders is de ondergang alleen maar domme pech.”

U zei dat u in uw roman een geloofwaardig, aandoenlijk personage wilde neerzetten. Ontroert Badal u?

„Op een Woody Allen-achtige manier. Ik heb vaak moeten lachen om zijn onhandigheid.”

Maar het einde, als hij stomdronken in de golven verdwijnt, is bepaald geen lachwekkende onhandigheid, eerder een tragedie.

„Zijn einde moest precies zo zijn, omdat ik daar per se die mooie zin uit Malcom Lowry’s Under the Vulcano in kwijt wilde: ‘Hij moest naar huis, naar waar het droog was en warm, hij begon te waden, vocht met zijn blote vuisten tegen de golven’, maar (en nu komt het) ‘het was alsof hij de verkeerde kant op liep, alsof de wereld draaide en hij kon wachten tot zijn huis voorbijkwam’.”

Zijn er meer van zulke literaire verwijzingen?

„Reken maar. Ik heb ook hele passages gebruikt uit Heart of Darkness van Joseph Conrad in de vertaling van Bas Heijne. Badal eigent zich dat taalgebruik helemaal toe. Weliswaar gaat hij zelf niet naar de zwarten in Afrika maar naar een concert van de blanke onderklasse in Limburg en dan doet hij alsof hij een enorme reis maakt, net zo griezelig als die van Conrad naar Congo.

„Zo erg heb ik het zelf allemaal niet ervaren. Dat bedoel ik als ik zeg dat mijn boek geen autobiografie in romanvorm is. Anders dan Badal houd ik mij behoorlijk staande, ook al ervaar ik de huidige situatie als uiterst onaangenaam.”

Anil Ramdas:

Anil Ramdas (Paramaribo, 1958) kwam in 1977 naar Amsterdam om er sociale geografie te studeren. Hij werkte aan een proefschrift over vluchtverhalen van asielzoekers. Zijn onderzoek bleef onvoltooid na een juridische strijd met het ministerie van Justitie, dat volledige anonimisering van de personen in zijn dissertatie eiste. In plaats van doctor werd de ambitieuze intellectueel een journalist, essayist en columnist, aanvankelijk bij De Groene Amsterdammer en vanaf 1992 bij NRC Handelsblad, waarvoor hij vanaf 2000 enkele jaren correspondent in India was. Voor de VPRO maakte hij radio- en tv-programma’s, tegenwoordig presenteert hij voor deze omroep het opiniërende tv-programma Z.O.Z. Zijn bekendste boeken zijn De papegaai, de stier en de klimmende bougainvillea (1992), De beroepsherinneraar en andere verhalen (1996), Zonder liefde valt best te leven, correspondentie uit India. Opstellen over de rol van de journalist in vreemde culturen (2004) en Paramaribo: de vrolijkste stad in de jungle (2009). Badal (2011) is zijn romandebuut.

Thursday, February 16, 2012

Post-postbus

Met een factuur van 56,90 € in de hand liep ik vorige week met tegenzin naar het postkantoor. Ik heb namelijk een postbus. Omdat, waar ik woon, de postbode niet langskomt.
Dat is natuurlijk best lastig, want ik moet regelmatig die 8 kilometers naar Ronda rijden om mijn post op te halen. En dat moet dan ook nog 's ochtends, of in ieder geval voor 3 uur. Precies de momenten dat ik nou juist (bijna) nooit in Ronda hoef te zijn. Want ik probeer altijd mijn veelvuldige ritjes naar de stad te combineren, dus als Santiago bijvoorbeeld naar karate gaat, elke dinsdag en donderdagmiddag/avond, dan kan ik in de tussentijd mijn boodschappen doen.

In februari een extra rekening betalen van bijna 60 euro is voor ons altijd bad timing, dat mag wel duidelijk zijn zo langzamerhand. Maar goed, ik had het bijeengeschraapt en vol frisse tegenzin stond ik voor het loket, klaar om weer voor een jaar bij te tekenen.
'Een momentje' zei de vriendelijke roodharige loketbediende. 'Er is een en ander veranderd, ik moet even de papieren erbij zoeken'.
Alarmbellen gingen al lichtjes rinkelen.

Ze kwam terug en terwijl ze de papieren bekeek, vroeg ze op welke naam de postbus stond. Op die van mijn man, mompelde ik. Zij vroeg vervolgens 'En u bent..? o ja, ik zie het. En u heeft een zoon, Santiago? O, wacht, die is nog minderjarig.'
Ik voelde me intussen onderhevig aan de spaanse inquisitie en vroeg onrustig wat er aan de hand was. Roodlokje legde toen uit dat als we de post van ons beiden zouden willen ontvangen, we daarvoor extra zouden moeten gaan betalen. Het totaal zou dan komen op 94 euro. Ik sprong op tilt. Roodlokje verschoot van kleur en stamelde dat ze het eigenlijk ook bespottelijk vond, maar het was niet anders. Daardoor verzachtte ik wat van toon, maar van binnen kookte ik van woede.

Wat een absurde maatregel van 'Tia Correo'! Ten eerste kost zo'n postbus, apart van de eerste aanschaf, helemaal niks. Er hoeft geen postbode de straat op om mijn brieven te bezorgen. Lekker makkelijk. De service ten opzichte van postbushouders is bovendien ernstig afgenomen. Er is geen speciaal loket meer voor het afhalen van pakketjes of aangetekende stukken. Nummertje trekken en dan maar achter die altijd 15+ wachtenden voor je aansluiten. Bovendien is de toegang tot de postbussen via de hoofdingang van het postkantoor en dat is sinds een jaar 's middags niet meer open.

Maar het allerschandaligste vind ik toch wel dat ze je per gezinslid een bijdrage willen laten betalen, om een sufkont jouw post in een vakje te laten schuiven. En dat in een tijd waarbij voor velen de gaatjes in de broekriem al veelal opgebruikt zijn.

Vanaf nu gaat mijn post dan ook gewoon gratis en voor niks naar het huis van mijn schoonmoeder. Daar kan ik het ophalen wanneer ik wil, en krijg ik er ook nog een biertje bij!

Saturday, January 21, 2012

Vroeguh

Laatst had ik het op twitter over oude televisieprogramma's. Terwijl iedereen begon over Oebele en de Stratenmaker op Zee, of over Floris, wilde ik het toch een stuk verder terug in de tijd zoeken.
Toen riep iemand Madame MikMak, en hoewel dat die heks was van Disney ging er ergens een luikje open. Een tv programma dat heette Mik en Mak, met een Mevrouw Tingeling en een buurman die om onduidelijke redenen haar huisje wil kopen 'Oma Tingeling, wilt u uw huisje verkopen?' Waarop altijd een vastberaden 'Nee, meneer Humdrum' volgde. En knuffelneger Donald Jones die altijd slaapwandelend door het beeld liep: 'Ik dwroom, ik dwroom' en 'Meneer Hummelingelinge' zei, waar we altijd hard om moesten lachen.

Ik ging eens googlen en kwam tot mijn grote verbazing er achter dat niet alleen Mik en Mak op Youtube te vinden zijn, maar ook Dappere Dodo (zie bovenaan), de Vier Veren Waterval

Coco en de Vliegende Knorrepot (met zo'n sjagrijnige boekenwurm, die altijd zei 'Blijf met je benen op de grond staan. Oh zo.')

Rikkie en Slingertje

Okkie Trooy

en natuurlijk Pipo de Clown (Snuf en Snuitje) 'fffffijne ppppaparels, mmooie ppppaparels'

Belle et Sebastien


En wat later kwam Swiebertje, Thunderbirds ('are GO'), Ivanhoe, Thierry la Fronde (oohh zucht)

Top of Flop, The Monkees... teveel om op te noemen.

Je kan er allemaal fragmenten van terug zien op Youtube. En je verbazen over de ongelooflijke knulligheid waarmee vooral die poppenseries gemaakt zijn of die keurige stemmen van de acteurs, of de nu bijna ongelooflijke traagheid van de programma's.
Maar daar zat je dan als kind op de bank, omringd door alle buurtkinderen, met rooie koontjes gebiologeerd naar te kijken elke woensdagmiddag, tijdens die paar uurtjes televisie per week!

Dat is iets dat ik mijn zoon nooit ècht heb kunnen uitleggen...

Thursday, January 19, 2012

Twintigduizend

Vandaag heb ik met mijn blog de twintigduizend hits gehaald. Ik dacht dat dat wel wat langer zou duren, maar gelukkig kreeg ik intens verdriet en dat werd door veel lezers gewaardeerd met bijna 400 hits de afgelopen 24 uur... *
Dit brengt mij snel bij de twijfel die me af en toe bekruipt. Ben ik niet veel te exhibitionistisch als ik blog? Of is dat nu juist waar blogs voor zijn? Hoeveel recht heb ik om over anderen te schrijven dan mijzelf? Vooral als die anderen net overleden zijn?

Het is mij nu drie keer 'overkomen' dat ik mijn verdriet over de dood van een geliefde vriend(in) heb geuit in mijn blog en alledrie de blogs kwamen recht uit mijn hart.
Maar, nogmaals, het heeft iets exhibitionistisch.. Treuren in de openbaarheid. Inzoomen op die traan. Hard zijn/haar naam schreeuwen. Al dan niet gewenst medelijden opwekken bij je lezers, terwijl je best ook zelf je eigen verdriet aan kan.
Maar het verzacht wel. Het werkt ook therapeutisch. Bij gebrek aan een zaal met 400 bezoekers, die mijn verhaal misschien zouden willen horen (alleen dit idee al lijkt belachelijk), vertel ik het op papier. Correctie, toetsenbord. Ik voel me dan lichter, en mijn verdriet voelt nog steeds even oprecht, maar wel gelucht. Mij helpt het dus.
En omdat dit mijn blog is besluit ik dat ik mag schrijven wat ik wil. Dus!

*Dit cynisme en de bovenstaande vragen komen geheel uit mijn eigen brein en heb ik van niemand voor de voeten geschoven gekregen. In tegendeel, de reacties waren altijd hartverwarmend lief.